Gerecycleerde kunststoffen en voedselcontact: tussen circulaire belofte en regelgevend vraagstuk

·

De vraag naar meer gerecycleerde kunststoffen in voedselverpakkingen neemt sterk toe, maar de realiteit is dat slechts een beperkte fractie van die materialen werkelijk geschikt is voor direct voedselcontact. Achter deze uitdaging schuilt een complexe combinatie van wetgeving, veiligheidsnormen en technologische beperkingen. In de context van voedselcontactmaterialen bestaan wereldwijd verschillende regelgevingskaders, die vaak sterk van elkaar verschillen. In dit artikel richten we ons uitsluitend op de regelgeving binnen de Europese Unie, en daarbij specifiek op plastics als materiaalcategorie.

In de EU vormt Verordening (EU) nr. 10/2011 het hart van de regelgeving rond plastics. Deze verordening bevat een zogenoemde “Union List”, een lijst van stoffen die onder specifieke voorwaarden mogen worden gebruikt in plastic verpakkingen. Stoffen die niet op die lijst staan mogen nog steeds in polymeren aanwezig zijn, maar enkel wanneer ze volgens goede productiepraktijken worden vervaardigd en wanneer ze geen migratie veroorzaken die schade kan berokkenen aan de menselijke gezondheid of de sensorische kwaliteit van voedsel kan beïnvloeden. De wetgeving voorziet een reeks specifieke migratielimieten (SML’s), waaronder een algemene limiet van 60 mg/kg voor stoffen zonder individueel vastgelegde grens en een standaardlimiet van 0,01 mg/kg voor niet‑vermelde stoffen, tenzij een risicobeoordeling een hogere waarde verantwoordt.

Met name gerecycleerde kunststoffen brengen extra uitdagingen met zich mee. Tijdens de inzameling en recyclage komen kunststoffen namelijk in contact met uiteenlopende producten en omstandigheden, waardoor de uiteindelijke samenstelling van het recyclaat vaak onduidelijk is. Migratie van onbekende stoffen vormt daarbij een reëel risico. Omdat deze verontreinigingen niet altijd identificeerbaar zijn, kunnen ze ook niet met dezelfde methodiek worden beoordeeld als bij nieuw geproduceerde kunststoffen. Zo ontstaat er een veiligheidskloof tussen virgin materialen en recyclaat, die door de wetgeving op een andere manier moet worden afgedekt.

Om die reden ontwikkelde de EU een afzonderlijk wettelijk kader voor gerecycleerde plastics in voedselcontact, vastgelegd in Verordening (EU) nr. 2022/1616. Deze verordening stelt strikte eisen voor de volledige recyclageketen. Recycleerders moeten aantonen dat hun processen veilig zijn, volledig traceerbaar werken en gecertificeerd zijn door erkende derde partijen. Vooral voor recyclage buiten de EU vormt dit een zware drempel, omdat men gelijkwaardige systemen moet opzetten en vaak uitgebreide dossiers moet voorleggen alvorens toegelaten te worden op de Europese markt, hetgeen tot wel vijf jaar kan duren.

Binnen de EU is momenteel enkel mechanisch gerecycleerd PET toegestaan als “geschikte recyclagetechnologie” voor voedselcontacttoepassingen. Voor deze toepassingen ontwikkelde de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) specifieke ‘challenge‑tests’, waarin gerecycleerd PET doelbewust wordt verontreinigd met representatieve chemicaliën om de effectiviteit en efficiëntie van de zuiveringsstappen te testen. Wanneer een recyclageproces voldoende veilig blijkt, kan EFSA een zogenoemde ‘Scientific Opinion Letter’ uitreiken, waarmee het proces officieel wordt aanvaard. De Verenigde Staten hanteren een vergelijkbare aanpak via de Food and Drug Administration (FDA). Voor andere polymeren bestaan vandaag nog geen geharmoniseerde ‘challenge‑tests’, waardoor hun toepassing in voedselverpakkingen beperkt blijft.

De toekomst brengt bovendien nieuwe uitdagingen met zich mee. Binnen de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) zijn bindende recycled content doelen ingevoerd: tegen 2030 moet PET verpakkingsmateriaal minstens voor 30 % uit recyclaat bestaan, en andere kunststoffen voor 10 %. Tegen 2040 stijgen die doelstellingen naar respectievelijk 50 % en 25 %. Deze ambities zullen de vraag naar veilig gerecycleerd materiaal sterk vergroten en dus ook de nood aan wetenschappelijk onderbouwde, efficiënte en schaalbare recyclagetechnologieën.

Het spanningsveld tussen voedselveiligheid en circulariteit wordt de komende jaren alleen maar relevanter. Gerecycleerde plastics kunnen een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de voedingsindustrie, maar enkel wanneer hun veiligheid onomstotelijk kan worden aangetoond.

D’autres actualités